
Over mij
Als master wiskunde ontwikkelde ik een eigen visie op wiskundeonderwijs. Ik werkte als leerkracht secundair maar ook als praktijkassistent aan de wetenschappelijke faculteiten van KULeuven en UAntwerpen. Als begeleider van vakken zoals calculus, algebra, statistiek leerde ik de werkwijze aan de faculteiten Wetenschappen en Biomedische in Leuven kennen. Op UAntwerpen werkte ik aan de faculteit van Toegepaste Economie.
Ik heb een grote interesse in Grondslagen van de Wiskunde, Filosofie van de wiskunde, Geschiedenis van de Wiskunde, Meetkunde en Wiskundige Logica. Verder vind ik ook psychologie en in ’t bijzonder leerpsychologie erg boeiend.
Mijn aanpak van wiskundelessen steunt op de volgende pijlers:
Wiskunde is geen ontoegankelijk complex geheel van regels en procedures waarmee alleen experts iets kunnen.
“I don’t see how it’s doing society any good to have its members walking around with vague memories of algebraic formulas and geometric diagrams, and clear memories of hating them.” ( Paul Lochart, Devlins Angle)
Wiskundeonderwijs kan mee zorgen voor de persoonlijke ontplooiïng van een student. Zelf logisch en kritisch kunnen redeneren en denken is een sterkte in onze huidige maatschappij. Voldoende tijd nemen om zélf na te denken, opties af te wegen, een eigen oplossing te zoeken voor een probleem, analyseren….. het zijn waardevolle kwaliteiten voor élk individu.
Maar onderwijs kan en moet ook hand in hand gaan met karaktervorming. Wiskunde studeren en wiskundig leren denken vraagt geduld en doorzettingsvermogen. Het schept orde in het denken en het leert je omgaan met fouten. In een sfeer van actief en kritisch samen nadenken, ontwikkelt zich het persoonlijk denkvermogen van een student. De sterkte van het eigen denkvermogen leren kennen geeft een boost aan het zelfvertrouwen van een persoon.
Wanneer wiskundeonderwijs slechts een automatisering is van technieken, en geen creativiteit of inzicht vergt, wordt het vaak als onpersoonlijk ervaren. Verpersoonlijken van wiskunde kan door bedenkingen van historische, filosofische of esthetische aard toe te voegen.
Heel wat wiskunde kan je door grondige waarnemingen van de omringende wereld zelf ontdekken. Zowel het herdefiniëren van nieuwe wiskundeconcepten als het formuleren en bewijzen van eigenschappen kan vaak op natuurlijke wijze vanuit een gegeven realistisch probleem.
“De realiteit waar je wiskunde wil in toepassen moet je eerst als bron voor die wiskunde gebruiken. Zo ontstaat in die realiteit de wiskunde die je daar wil toepassen.” ( Freudenthal, 1987)
Tijdens wiskundelessen moet over de wiskunde vanop een afstand gesproken worden. Over typisch wiskundige werkwijzen, hun waarde en betekenis. Over analyseren, systematiseren, abstraheren, synthetiseren, classificeren, logisch schematiseren en over bewijstechnieken, heuristieken.